avondmaal

amandelnoot tussen haar lippen
ze onderdrukt een schalkse glimlach
het rijm klatert uit haar ogen

pretballetje stuitert op de tafelrand
spat als een supernova uiteen
in het heelal van haar aangezicht

geef me pijl en boog of beter nog
een laserwapen waarmee ik -- strip 
ridder -- haar in één knip bevries

zoals dat voor een dame en heer past
schotels als kleurige iconen op het laken
vork en mes in vertraagd ballet verdelen

klein in kleiner tot onooglijke kruimels
de kleinste letters van het corps voor een
beschreven leven na het laatste avondmaal

meesmuil

ho daar kaatst-ie
         weer de trap af
                  combinatie van stumper
                            stap en klettervloek
                                      niet ingehouden maar
                                            op volle kracht volumeknop
                                                    tot aan de wolkenrand
                                                            nee de maan
 
dan verwacht hij ook nog medelij
de stakker, suppoost van het ongeluk
productiehuis van mislukking
niet met mij, niet met ons, NIET
 
een lijf dat geheel uit keel bestaat
met pootjes eronder altijd in de knoop
vingers die al jaren in de krimp verkrampt
niet in staat de potloodstomp recht te klemmen 
 
punt knakt bij de eerste landingspoging
en was het maar dat, denk niet
dat er in dat hoofd iets steek houdt
het roffelt er op los in consonantenstorm  
 
op de laatste trede, keert-ie weer om
iets vergeten, dat hoofd waarempel
zijn schrift vol vingerafdrukken
oh lieve hemel zijn kussentje om
 
zijn tere billen te beschermen
tegen de ribben van de stoel
trek daarmee naar de oorlog 

dat wordt lachen en huilen tegelijk



sein

besmet met vlekkerig licht 
een gekartelde halve cirkel 
flitst voor zijn gesloten ogen 
neuronensein dat onheil spelt 

de route loopt van links 
naar rechts door het gezichtsveld 
hij poogt rustig te ademen 
op een mantra uit zijn kindertijd 

toen hij door god en duivel behekst 
‘s nachts een snoer van akelige dromen haakte 
bundeling van peilloze kinderangsten 
een anatomieboek voor het hele leven 

vandaag wijst alles naar een rand 
voorbij enig vermoeden van erna 
een traag vervagende flits van licht 
die zich terugtrekt voorbij de horizon 

van zijn gesloten ogen, een hond 
die jankend in zijn hok verdwijnt 
oude man die een hand reikt naar 
het jongetjes van zes met inktzwarte ogen

kwijt

je kunt niet tussen de plooien 
van de tijd tasten om iets terug 
te vinden zoals je dat doet 
tussen de kussens van de sofa 

er is geen pil tegen een vermeend tekort 
dat niet in cijfers kan gevat 
geen valluik uit de werkelijkheid 
behalve wat ze dood noemen 

nu ook zijn zus verstrooid 
ze was zijn eerste juf nog voor 
hij leerde lopen en op het potje ging 
in de eerste kleuterklas zat 

hij mist haar blik die al begreep 
voor hij sprak, een vanzelfsprekende 
samenhang over uur en grens heen 
altijd aan dezelfde oever van de stroom 

op dezelfde nachtboot de zee over
____________________________

voor Chris (1936-2024), zus en zielsgenote

puzzel

elke dag legt hij een puzzel
een variatie op vorige en volgende
en tegelijk een eenheid op zichzelf
als eieren in een eierdoos

soms lukt het om iets uit het raadsel
te puren, uitzicht op een oplossing
tegelijk in het besef dat elk stuk van
een oplossing nieuwe vragen oproept

er is iets troostends aan die gedachte
dat er met elke stap vooruit niets
verandert aan het proces zelf
waar hij deel van uitmaakt 

tegelijk schaker en zet en op 
bepaalde momenten de bezetene

hij die steen drinkbaar denkt

Uit Vormen van ontbreken, een bundel in opbouw

een wereld in de hand

de honden die bij vingerknip 
onze honden waren liepen 
mee op de kam van een heuvel 
hield het pad plots op 

enkele meters lager moest het zijn 
we lieten ons zakken aan sjaals en handen 
een open plek omgeven door bouwval 
en de opengesperde muil van een grot 

kooltjes van een prehistorisch vuur 
dieper nog de glinstering van kristallen 
de jongen verkent de ruimte snel 
zoals hij het cadeaupapier van een pakje scheurt 

geschiedenis dwarrelt tussen zijn vingers 
hij is een andere tijd ingegleden 
bestudeert de resten in het vuur 
bedenkt luidop hoe de jacht hier is gevierd 

een brok kristaalsteen is de trofee 
met fiere opwinding in de rugzak verpakt 
de honden tonen de weg terug 
rukken ons mee aan onzichtbare leibanden 

de net geboren archeoloog 
rolt het woord in de mond 
plant expedities, ontdekkingen van atlantis 
nieuwe werelden in zijn kleine hand

Uit Jong hout, oud hout, een bundel in opbouw

gesprek

hij ziet schaduwhoofden 
op het gladde tafelblad
in vaste patronen die 
afbakenen als schrikdraad 

ze cirkelen om de gloeiende lont 
kijken naar de onbekende 
aan de andere zijde van verlangen 
de draad die scheidt en verbindt 

hij tikt een biljartbal 
raakt de onbedoelde snaar 
steen in slangennest 
raspklank en schrikgekras 

even valt elk geluid uit 
geritsel in tas en broekzak 
lucifer ontvlamd, zekering hersteld 

woorden die uit het regelspoor springen 
en eindigen in kortgesloten betekenis 
zij zwijgen als vermoord met ogen 

als tot de rand gevulde glazen

Uit Proeven van beweging, een bundel in opbouw

collage

scheur een blad uit een gesprek 
neem een boek, lees elke tiende pagina 
zoals je hinkstapspringend telt en denkt 

een plakboek, fotocollage, strip -- 
onder water drijven wolken onderzeese 
werelden die vervloeien en oplossen 

spiegelbeeld van een andere realiteit 
waarin of waaruit hij wakker schrikt 
met bevroren voet en ijsgekoelde hand 

bewustzijn is dat beest in jou 
dat rare streken met je speelt 
waar je tastend kant noch deel aan hebt 

ga door met het vullen van dozen 
er zijn te veel boeken in het huis 
te veel zwaartekracht voor je smalle schouders 

schrap de overtollige namen 
knip de losse draden door die trekken 
of ketenen, standbeeld, schip met kade 

de horizon schuift met elke stap 
het is zaak te blijven stappen 
letter na letter, woord na woord

Uit Dichtdrift, een bundel in opbouw

opgelost

ik heb de engelen begraven 
de goden naar een andere wereld geholpen 
de verraderlijke wetenschap omarmd 
die –als het goed zit– zichzelf voortdurend ondergraaft 

van de engelen heb ik de val onthouden 
het kruis of muntspel op elke hoek van elke straat 
het kunstje van aanwezige afwezigheid 

oneindigheid is een grappig begrip 
het enige wat niet lijkt te eindigen 
van het kleinste bouwdeel tot het bijna oneindige 

is de herhaling, het spel dat altijd opnieuw 
op gang komt, bellen blazen 
universum na universum, na multiversum 

ik schrijf om op verhaal te komen 
van alle oude gruwelijke sprookjes 
die dromen zaaien, distels op jonge grond 

de engel is dood, geen graf, geen urne 
geen weide waar zijn stof valt 
geheel opgelost in de neuronenwereld 

tussen wortel en hoofd

schijn

hij is niet wie hij lijkt
ik ben niet hem ook al
vloeit hij uit mijn pen

hij is het aanschijn van de dag
ik stel zijn masker samen
hanteer het potlood als dirigeerstok

soms gaat hij met mijn verhaal
aan de haal, een hond die
zijn meester vergeet – even

het blad is zijn podium
daar zit hij vaak alleen
hoort de stem niet uit de souffleurbak

het is een spel van nemen en
geven, van pas en tegenpas
een dans met de eigen schaduw

onduidelijk wie de dans leidt

Uit Tweeling, meerling, een bundel in opbouw

restwit

hoe de lat ook ligt op het blad
tussen de regels hangen vrees en hoop 
in ongeveer gelijke proporties voortdurend 
op zoek naar een onmogelijk evenwicht 

het lijkt een reflectie voor wat er in 
hoofd, maag en darmen speelt 
de spiegeling nooit geheel accuraat 

net zo min als een woord precies 
die ene waarneming vorm kan geven 

nooit valt de fysieke werkelijkheid 
samen met de talige representatie 
klinkt het woord scheet op dit blad 

heel anders in het hoofd van een lezer 
dan in de realiteit van deze kamer 
het verband een draadje in de wind 

net zo lang wachten op windstilte 
als de waarheid op de lippen 
van die zelf bedachte vleugelloze engel 

telkens glipt iets weg, lost op in het rest- 
wit van het zuinig beschreven blad

Uit Dichtdrift, een bundel in opbouw

voornemen

wissel een blik, ruil je huid 
voor haar warmte, verberg oude wonden niet  
licht je woorden bij met een lach 

wees niet bang maar teder 
toon je open en terughoudend tegelijk 
zeg waar je voor gaat en staat 

moedig de groei van kind en boom aan 
schenk aandacht en zorg zonder berekening 
metsel geen ramen dicht 

speel een onbedacht spel, zo maar 
huppel en struikel over voet en woord 

als je het bed in duikt, kijk 
haar lang aan voor het licht dooft 

je weet nooit of zij of jij 
de volgende morgen haalt

kop

geen vlucht op ademkracht 
alle gewicht moet losgelaten 
tot vleugellichte luiheid blijft 
een hoofd zonder gedachten 

zo gebeurt wat kan, vingers 
dansen in de kom van een hand 
verkennen de verhevenheid van buik en 
borst een landschap in ritmische beweging 

alsof hij vel na vel verliest 
wakker in een verduisterde kamer 
een ongefixeerde foto in doka 
drijvend in een waterbak 

hij wacht tot hij geheel alleen 
op het plein staat, de sleutel van de zijdeur 
van de kerk in een spitse steeg voor een 
handvol munten van de koster geleend 

er staat een kop boven de deur 
die al jaren uit de brokkelige nis 
lijkt te vallen verlijmd in duivenstront 
een rimpelige griekse godenkop

één meter

in die ene meter 
tussen stoel en raam 
vouwt een doolhof open 
waarin hij keer op keer vastloopt 

alsof hij door romig water 
waadt, nauwelijks vooruit raakt 
de zon boven gespijkerd staat 
en hij in de grond geworteld 

hij wou dat hij zich los kon zingen 
zijn stem schor en korrelig als schuur- 
papier, mensen horen hem niet 
schrikken als hij luider aanheft 

in wat hij ook onderneemt 
een roeier die eendere rondjes 
draait, de cadans niet vindt om 
de spanen te laten dansen 

hij valt stil, uitgeput 
met armen van uitgerekte draad 
een hart dat tot barstens bonst 
een bom in het lege hoofd

laatavondlied

ik schuil in de schemer van je wimpers
trek sporen in het rouge van lippen 
echo hun stille mompel

mijn vingers zalven het soevereine vel
met het parfum van kruidige olijfolie
en de kracht van onkruid

de gespannen spier van een jonge stier
het vlagvuur van hoogzomer
>terwijl ik voor je vruchten pluk

het avondmaal bereid
de koele wijn proef, je glas vul
met vijvers als bloedrode ogen
’s nachts zullen kraaien over je waken
______________________________
Uit mijn volgende bundel verdraaide liefde.
De presentatie is gepland op 20 dec. 2025 om15u30 in de grote zaal van de Campagne, Drongen.
Een plaats reserveren kan via mail aan janmmeier7@gmail.com. 
Vier gedichten waaronder dit verschenen in Poëziekrant 2025-3.

slagveld

hij zoekt niet hij wordt gevonden 
dat is het wonderlijke van het wonder 
hij heeft het tussen de vingers 
maar weet niet wat het is 

als de les langzaam doordringt 
is het leven onherstelbaar opgebruikt 
trilt de draad even door als muziek 
die naklinkt in het hoofd 

er is een punt als een put 
waar einde en begin samenvloeien 
hij is nog niet zo ver maar 
op een haar na tastbaar nabij 

hij denkt aan lang geleden 
jongen wakker bij oosterlicht 
voelde zich een vloeiblad 
zonder omtrek voor wat hij dacht 

en zag in enge wanen 
een slagveld tussen duivel en engel

een weg

er is geen rechte weg 
maar een reeks mogelijke wegen 
een willekeurig kwadrant op de stafkaart 
toont een ragwerk van straat tot veldwegel 

de eerste stappen geven richting 
net als de beginwoorden van een tekst 
kijk maar: hij neemt je bij de hand 
stap na stap, regel na regel, inzicht na uitzicht 

hij zet je op een onbekend spoor 
dat hij met elke lettergreep uitzet 
keien op elkaar gestapeld tot iets als eenheid 
onder eigen gewicht verzakt en met kleur gemerkt 

bevestiging van een vermoeden 
versteende hoofdknik langs de route 
het is duidelijk, je bent niet de eerste 
dit pad je bestemming van de dag

sneeuwwit

breek mijn schelp 
bevloei me met klanken 
uit de kleurdoos van je stem 

reken me uit 
schets alle geometrische veelhoeken 
in het harige vlak van de mat

teken op mijn huid 
de ronde vormen van je letters 
bedruk me met woorden en volzinnen 

wikkel me in lakens 
van litanie, doop me dagelijks 
in antieke en kersverse refreinen 

zing voor me 
die niet zingen kan, til me 
op je tong tot de hoogste toon 

ik luister gekluisterd, noteer mompelend 
een vers met vingers van hoogtevrees 
het potlood trekt een grijs slakkenspoor

op het sneeuwwitte blad van de dag

________________________________
Uit mijn volgende bundel verdraaide liefde
De presentatie is gepland op 20 dec. 2025 om 15u30 in de grote zaal van de Campagne, Drongen. Een plaats reserveren kan via mail aan janmmeier7@gmail.com. 

         


jaarring

gekneld in de jaarringen van zijn rug 
stapt hij door los zand naar aanspraak 

in de hitte van hoogzomer smacht 
hij smeltend naar een dik pak sneeuw 

hij vouwt nagenoeg lege pagina’s 
tot boot, vliegtuig of raket 

ze halen hooguit een meter of drie 
niet kwaad want ruimtetuigen trekken 

reddeloos richting venus en mars 
kanootjes die naar de sterren peddelen 

liever scheppen mensen slagroom, strooien suiker 
overstemmen ze het getik van de klok 

geruchten over bommelding en aanslag 
liever blussen ze het vuurtje met hun plas

handen

de hand moet aan de ploeg 
gaat linksom, gaat rechtsom 
dwaalt tussen schaarse haren 

zwaait naar een hand aan de overkant 
twee handen ongrijpbaar voor elkaar 

een strik die niet kan geknoopt 
dimensies die niet voldoende overlappen 
zodat wat dichtbij rakelings blijft 

denk aan het vertrouwde woord 
dat je op een cruciaal ogenblik ontsnapt 

een hand slaat zwaar op het tafelblad 
die hand wil jij niet aanraken 
zelfs niet uitwuiven voor de eeuwigheid 

ten slotte zijn je beide handen 
verstrengeld op buik of borst 
de laatste kompanen en symbool 

van wat rust en vrede uitdrukt 
in dat volstrekt weerloze moment 
als geen hand nog bezwaar maakt

Meest gelezen

Info Jan M. Meier - janmmeier7@gmail.com

Recent (selectie):

  • Verdraaide Liefde, dichtbundel, met schilderijen & tekeningen van Johan Clarysse, uitgeverij P, 64 p., dec. 2025
  • Vier gedichten in Poëziekrant, 2025 nr. 3, p. 86-87
  • Verstrengelingen, dubbelbundel bestaande uit Taalslag en Verstrengeling, met schilderijen van Evelien Sergeant, uitgeverij P, 144 p., maart 2024
  • Vier gedichten in Poëziekrant, 2023 nr. 1, p. 118-119
  • Schetsboek, dichtbundel, met tekeningen van Wouter De Winter, uitgeverij P, juni 2022
  • Recensies Grote Gevoelens in o.m. Poëziekrant, 2020, 4 door Peter Theunynck en Dirk de Geest op mappalibri.
  • Grote Gevoelens, dichtbundel, met schilderijen van Evelien Sergeant, uitgeverij P, feb. 2020
  • Vier gedichten in het Nederlandse tijdschrift Liter 98, 2020, p.68-71
  • Twee gedichten in Poëziekrant, jan. 2020
  • Publicaties online (van en over) in o.a. De schaal van Dighter en Meander.
  • Tekenen, dichtbundel, met pentekeningen van Wouter De Winter, uitgeverij P, dec. 2018
  • Drie gedichten in Deus ex Machina, 165, juli 2018, p. 74
  • De audio-opname van de presentatie van Engelenspoor en een interview zijn allebei beschikbaar op Paukeslag.
  • Engelenspoor, dichtbundel, 80 p., uitgeverij P, 2017, recensie Dirk De Geest
  • Interview met Hedwig Speliers, in Deus ex Machina, 155, dec. 2015, p.70-79.
  • Op de schommel tussen vorm en vent. Over het metaforische denken van Hedwig Speliers, in Deus ex Machina, 155, dec. 2015, p. 4- 18
  • Composities, in Het liegend konijn, okt. 2015, p. 113-117, vertaald naar het Servisch, in het tijdschrift Erazmo, 2017, p. 158-160.
  • Mythe en Wetenschap. Mythische aspecten in de hedendaagse fysica,in Deus ex Machina, 146, Mythologie, pp. 106-115.
  • Interview in: Lukas De Vos, Ivo MIchiels, Poortwachter Woordwachter, 2013, pp.43-62
  • Wetten, in Poëziekrant 2, 2009.
  • Ivo Michiels: de kwadratuur van het ik, een terugblik, in Deus ex Machina, 138-139, sept.-dec. 2011, p. 12-32
  • Ivo Michiels (samenstelling), dubbelnummer Deus ex Machina, 138-139, sept.-dec. 2011.
  • Vergezucht op Antwerpen, in: Antwerpen de stad in gedichten, ed. Philip Hoorne, uitg. 521, 2003, p. 128
  • Gedichten in Deus ex Machina, 103, dec. 2002, p. 73-76
  • Galerie Wijland, Dolores Previtali, beelden & gedichten, p. 6
  • Naar mijn blog Vrolijk puin bis.
  • Een overzicht van de belangrijkste publicaties vind je hier. Klik op 'Alle publicaties'.
  • Externe links: Poëziecentraal en Wikipedia.