lag tijd een lenige tijger op de loer
glommen woorden als sleutels in het licht
dreven in een stroom voorbij opgeslorpt
in een landverschuiving die alles meenam
de stroom spatte uit oevers, sijpelde verdund
weer weg, liet een donker spoor achter
slib voor nieuw groen, gif op een harde bodem
geen weg meer in bereik, voeten in de modder
in vertraagde beweging vastgezogen en losgetrokken
ging ieder de verre weg naar een tijdelijk onderkomen
hingen echo’s om iedere hoek als volgdraad
tot de draad knapte, de gelegde knoop opnieuw brak
een nest van verlies tussen losse draadjes
beweging tot staan gebracht tussen hand en wang
lawine die tot stilstand is gedwongen
woorden bij zinnen gekomen, afgebroken
een andere naam genomen, nieuwe sporen geëtst
huizen bewoond en achtergelaten
ruis in het bloed, stamel in het hoofd
_______________
Een vers uit voorjaar 2018, dat nog geen plaats heeft gevonden in een bundel.
Misschien past het wel in het stapeltje met werktitel 'tegentijds'.