een gekartelde halve cirkel
flitst voor zijn gesloten ogen
neuronensein dat onheil spelt
de route loopt van links
naar rechts door het gezichtsveld
hij poogt rustig te ademen
op een mantra uit zijn kindertijd
toen hij door god en duivel behekst
‘s nachts een snoer van akelige dromen haakte
bundeling van peilloze kinderangsten
een anatomieboek voor het hele leven
vandaag wijst alles naar een rand
voorbij enig vermoeden van erna
een traag vervagende flits van licht
die zich terugtrekt voorbij de horizon
van zijn gesloten ogen, een hond
die jankend in zijn hok verdwijnt
oude man die een hand reikt naar
het jongetjes van zes met inktzwarte ogen