ik loop met vader op de rug
hoor hoe zijn gefluister zachter
maar zwijgen doet hij niet
hoe dun zijn trekken, ze verdwijnen niet
het mondvocht lang gestold
verhard tot eelt op dwarse klinkers
zij zegt dat ik zachtmoedig ben
te ootmoedig – maar moedig
moeder een toonbeeld van evenwicht
geboren in elf, gestorven op negenennegentig
ze rekte tijd met een lach
voorbij de relativiteit van jaren
ze hield zich recht, brak nog niet
gekrompen tot een kromme van
bros en breekbaar gebeente
rimpelgrijs een meisje van kristal
lentevers
wie laat niet graag
de lente lachen in de groeiende
lengte van haar dagen
zelfs in verzen verschijnt de zon
biedt het licht houvast aan de dag
ligt in de nevel over het land
hitte smeulend in hinderlaag, aardse tegen-
hemel van een van goden vergeven ether
laat het lofdicht over de dijk oprijzen
een lied van weelde dat ons omkleedt
woorden zingt in duizend monden
notenbalken als rimpels op de vlakke akker
laat dromen in bloemige daden bloeien
laat lente ons in lange jaren uitdragen
een lied van lettergrepen woord voor woord
in het avondrood van een aangebroken brood
wie zoekt in dit licht nog evenwicht
wie leest in de bloemstamper
iets anders dan geboorte
bijenvreugd vrucht van laailichtende lente
afgebiesd door flinterlicht van vijverriet
oh, laat het verval zijn gang gaan
tegen de baksteen van kale kades
hier aan het water ligt het licht
ingelijst in het raam van een gedicht
[denkend
aan Hedwig Speliers, 1935-2026]
nimf
nee ze bestaan niet echt
er zijn gehaaide vrouwen
die zich een nimf wanen
ze glimmen en glinsteren met glas-
juwelen en een hel geschilderde glimlach
ze lijken naar iets anders ver weg te kijken
altijd beducht om een concurrente op te merken
waarna ze plots een gang induiken, snelle
ontruiming om een botsing te ontwijken van
vernietigende blikken en bulderende bolbliksems
ze zijn zo echt als een verlaten luchthaven
als kleuren in pikzwarte duisternis
ze hebben nooit tijd want ze nemen
alle tijd om hun uitzinnig beeld te boetseren
hij wuift ze graag uit voor hij ze ontmoet
landslide
tussen het eerste en het laatste gesprek
lag tijd een lenige tijger op de loer
glommen woorden als sleutels in het licht
dreven in een stroom voorbij opgeslorpt
in een landverschuiving die alles meenam
de stroom spatte uit oevers, sijpelde verdund
weer weg, liet een donker spoor achter
slib voor nieuw groen, gif op een harde bodem
geen weg meer in bereik, voeten in de modder
in vertraagde beweging vastgezogen en losgetrokken
ging ieder de verre weg naar een tijdelijk onderkomen
hingen echo’s om iedere hoek als volgdraad
tot de draad knapte, de gelegde knoop opnieuw brak
een nest van verlies tussen losse draadjes
beweging tot staan gebracht tussen hand en wang
lawine die tot stilstand is gedwongen
woorden bij zinnen gekomen, afgebroken
een andere naam genomen, nieuwe sporen geëtst
huizen bewoond en achtergelaten
ruis in het bloed, stamel in het hoofd
_______________
Een vers uit voorjaar 2018, dat nog geen plaats heeft gevonden in een bundel.
Misschien past het wel in het stapeltje met werktitel 'tegentijds'.
avondmaal
amandelnoot tussen haar lippen
ze onderdrukt een schalkse glimlach
het rijm klatert uit haar ogen
pretballetje stuitert op de tafelrand
spat als een supernova uiteen
in het heelal van haar aangezicht
geef me pijl en boog of beter nog
een laserwapen waarmee ik -- strip
ridder -- haar in één knip bevries
zoals dat voor een dame en heer past
schotels als kleurige iconen op het laken
vork en mes in vertraagd ballet verdelen
klein in kleiner tot onooglijke kruimels
de kleinste letters van het corps voor een
beschreven leven na het laatste avondmaal
Abonneren op:
Posts (Atom)
Meest gelezen
-
dagen gaan tegelijkertijd open en toe regen geselt de sneeuw weg in hoofden vouwen onhoorbare snaren dimensies dicht en open, openbaren ...
-
waarom zou je niet op de lucht kunnen drijven de armen wijd gespreid zoals men dat in water doet moeiteloos moet dat gaan, een zweven zond...
-
Uit het Nederlandse literaire tijdschrift Liter (nr. 98, juni 2020, pp. 68-71), opgenomen in de bundel Schetsboek (18/06/2022)
Info Jan M. Meier - janmmeier7@gmail.com
Recent (selectie):
- Verdraaide Liefde, dichtbundel, met schilderijen & tekeningen van Johan Clarysse, uitgeverij P, 64 p., dec. 2025
- Vier gedichten in Poëziekrant, 2025 nr. 3, p. 86-87
- Verstrengelingen, dubbelbundel bestaande uit Taalslag en Verstrengeling, met schilderijen van Evelien Sergeant, uitgeverij P, 144 p., maart 2024
- Vier gedichten in Poëziekrant, 2023 nr. 1, p. 118-119
- Schetsboek, dichtbundel, met tekeningen van Wouter De Winter, uitgeverij P, juni 2022
- Recensies Grote Gevoelens in o.m. Poëziekrant, 2020, 4 door Peter Theunynck en Dirk de Geest op mappalibri.
- Grote Gevoelens, dichtbundel, met schilderijen van Evelien Sergeant, uitgeverij P, feb. 2020
- Vier gedichten in het Nederlandse tijdschrift Liter 98, 2020, p.68-71
- Twee gedichten in Poëziekrant, jan. 2020
- Publicaties online (van en over) in o.a. De schaal van Dighter en Meander.
- Tekenen, dichtbundel, met pentekeningen van Wouter De Winter, uitgeverij P, dec. 2018
- Drie gedichten in Deus ex Machina, 165, juli 2018, p. 74
- De audio-opname van de presentatie van Engelenspoor en een interview zijn allebei beschikbaar op Paukeslag.
- Engelenspoor, dichtbundel, 80 p., uitgeverij P, 2017, recensie Dirk De Geest
- Interview met Hedwig Speliers, in Deus ex Machina, 155, dec. 2015, p.70-79.
- Op de schommel tussen vorm en vent. Over het metaforische denken van Hedwig Speliers, in Deus ex Machina, 155, dec. 2015, p. 4- 18
- Composities, in Het liegend konijn, okt. 2015, p. 113-117, vertaald naar het Servisch, in het tijdschrift Erazmo, 2017, p. 158-160.
- Mythe en Wetenschap. Mythische aspecten in de hedendaagse fysica,in Deus ex Machina, 146, Mythologie, pp. 106-115.
- Interview in: Lukas De Vos, Ivo MIchiels, Poortwachter Woordwachter, 2013, pp.43-62
- Wetten, in Poëziekrant 2, 2009.
- Ivo Michiels: de kwadratuur van het ik, een terugblik, in Deus ex Machina, 138-139, sept.-dec. 2011, p. 12-32
- Ivo Michiels (samenstelling), dubbelnummer Deus ex Machina, 138-139, sept.-dec. 2011.
- Vergezucht op Antwerpen, in: Antwerpen de stad in gedichten, ed. Philip Hoorne, uitg. 521, 2003, p. 128
- Gedichten in Deus ex Machina, 103, dec. 2002, p. 73-76
- Galerie Wijland, Dolores Previtali, beelden & gedichten, p. 6
- Naar mijn blog Vrolijk puin bis.
- Een overzicht van de belangrijkste publicaties vind je hier. Klik op 'Alle publicaties'.
- Externe links: Poëziecentraal en Wikipedia.